Wat te doen op Nusa Penida? 10 bezienswaardigheden en al onze tips
Wie naar Bali op reis gaat, droomt er vaak ook van om een fietstocht of wandeling langs frisgroene rijstvelden te maken. Waar het water nog een beetje in staat, de zon in weerspiegelt en omgeven wordt door fotogenieke palmbomen. Maar waar vind je eigenlijk de mooiste rijstvelden op Bali? En waar loop je niet tussen de tientallen andere reizigers? We zochten het voor je uit en hebben hieronder een heel handig lijstje gemaakt met wat praktische tips.
→ Wist je dat: Op ons boek Verliefd op Azië staan ook rijstvelden in Bali
→ Lees ook: Onze complete Bali guide
→ Tour-tip: privétour vanuit UbudDeze link opent in een nieuw tabblad langs de mooiste rijstterassen, Monkey Forest en een waterval. Heb je weinig tijd? doe dan deze halve dagtourDeze link opent in een nieuw tabblad, daarbij ga je ook langs veel mooie plekjes.
Rijstvelden vind je op Bali bijna overal, op de hellingen van vulkanen tot vlak achter het strand van Canggu. In Canggu stapten we bijvoorbeeld op ons scootertje om naar een ander plekje te rijden en kwamen we vanzelf langs een paar mooie velden. Niet zo diep als bij Tegalalang, maar toch echt een stop waard. Hieronder staan de 8 plekjes waar wij het liefst naartoe gaan op het eiland, van de bekende toppers tot velden waar je bijna geen andere toerist tegenkomt.
Rijstvelden op Bali zijn door middel van terrassen aangelegd, sommige zelfs op flink steile bergwanden en als je die plaatjes zoekt, dan moet je echt naar de rijstvelden van Tegalalang. Deze vind je vlakbij het mooie Ubud en dit zijn waarschijnlijk de meest gefotografeerde rijstvelden van het hele eiland.
Toen wij hier voor het eerst aankwamen waren we zo onder de indruk van het uitzicht. Tussen de rijstvelden staan wuivende bananenbomen of palmbomen en door het golvende en soms steile landschap zie je overal waar je kijkt machtig mooie groene rijstveldjes en waterige poelen. Het lijkt echt een oneindige zee van rijstplantjes, een soort eindeloze lappendeken.
De meeste mensen lopen alleen een klein stukje de eerste heuvel af, maar we willen je echt aanraden om vooral verder het dal in te lopen. Daar wordt het namelijk al gauw een stuk rustiger. Langs de paden vragen boeren trouwens wel soms om een kleine donatie, dus zorg dat je wat cash mee hebt en betaal ook echt. Zij onderhouden de terrassen en dankzij hen is het hier eigenlijk ook zo mooi.
Zo kom je er: vanuit Ubud ben je er met een scooter of taxi in ongeveer 20 tot 30 minuten. Zorg wel dat je vroeg gaat (het liefst voor zonsopgang), zoals vaker met veel gefotografeerde plekjes kan het hier best druk worden.
→ Aanrader: Boek deze privétour langs TegalalangDeze link opent in een nieuw tabblad en meer mooie plekken
→ Logeren bij Tegalalang: ULU Valley RetreatDeze link opent in een nieuw tabblad of The Alugara Suite & SpaDeze link opent in een nieuw tabblad

In het westen van Bali vind je de uitgestrekte rijstvelden van Jatiluwih. Wat ons betreft zijn dit de mooiste rijstvelden van het eiland. De velden liggen tegen de flanken van de vulkaan Batukaru aan en zijn zo groot dat je bijna het einde niet ziet. Verwacht dus eindeloos veel groene veldjes met daartussen zo nu en dan een imposante palmboom, die het een extra tropisch sfeertje geeft.
Jatiluwih staat samen met het eeuwenoude irrigatiesysteem subak op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Daardoor zijn de velden beschermd en hoeft het groen hier niet te wijken voor hotels. Vanaf het bezoekerscentrum lopen verschillende wandelroutes de velden in, van een kort rondje tot een tocht van een paar uur. Hoe verder je loopt, hoe rustiger het wordt. Op een gegeven moment zie je alleen nog rijstvelden, een schuurtje hier en daar en kleine altaartjes met verse offers.
Zo kom je er: vanuit Ubud rijd je er in ongeveer anderhalf uur naartoe. Neem wel wat rupiah mee, want in tegenstelling tot veel andere rijstvelden is Jatiluwih niet gratis. Dat kleine bedrag is het helemaal waard als je het uitzicht ziet. Maak er een dagje uit van en combineer het met de Batukaru-tempel, de tempel Ulun Danu Bratan of de zonsondergang bij Tanah Lot.
In het oosten van Bali, vlakbij de vulkaan Gunung Agung, ligt de Sidemen-vallei. Hier beland je echt even in boerengebied en dompel je je helemaal onder in de rijstvelden. Tourbussen zie je hier nauwelijks, wel boeren aan het werk, kinderen op weg naar school en vrouwen die songket weven, de traditionele Balinese stof. Het voelt hier nog een beetje als het Bali van toen het nog niet zo populair was.
Sidemen is trouwens ook echt een heerlijke plek om te wandelen. Met een lokale gids loop je over de dijkjes tussen de velden door, langs kleine tempels en door het dorp. Op een heldere ochtend steekt de Agung boven de vallei uit, wat echt magisch mooi is om te zien. Als je de rustigere kant van Bali wilt ervaren en toch rijstvelden wilt zien, is Sidemen echt een aanrader.
Zo kom je er: vanuit Ubud of Kuta ben je hier in ongeveer anderhalf uur. Veel reizigers bezoeken onderweg ook de Klungkung-tempel en de Besakih-tempel. Blijf het liefst een paar nachten, want de ochtenden zijn hier het mooist.
→ Tour-tip: wandeling door de rijstterrassen van SidemenDeze link opent in een nieuw tabblad
→ Leuke accommodatie: Cepik VillaDeze link opent in een nieuw tabblad

Veel reizigers denken dat je echt op pad moet of een dagtrip moet boeken om tussen de mooie rijstvelden te belanden op Bali, maar eigenlijk hoef je een stadje als Ubud niet eens uit om je je tussen het groen te begeven. Vanuit het centrum van Ubud loop je namelijk via de Jalan Kajeng zo de velden van Subak Juwuk Manis in. Een smal paadje slingert hier tussen de sawa’s door, langs kleine warungs en cafeetjes met een fantastisch uitzicht.
Een van de mooiste stukjes hier is de Campuhan Ridge Walk. Je loopt hier over een heuvelrug met hoog gras en palmbomen naar het dorpje Bangkiang Sidem, waar je weer tussen de rijstvelden uitkomt. Ga wel vroeg, want halverwege de ochtend is het hier al flink heet en vaak ook een stuk drukker.
Zo kom je er: beide wandelingen beginnen op loopafstand van het centrum van Ubud. Entree betaal je niet en als je zin hebt in een leuk plekje om even te relaxen? Strijk dan neer bij Tuju Ubud Social Club of het Yellow Flower Cafe.
→ Lees ook: Wat te doen in Ubud
→ Hotel tips voor Ubud: Visesa UbudDeze link opent in een nieuw tabblad of Swasti Eco CottagesDeze link opent in een nieuw tabblad
Een stukje Bali dat steeds populairder wordt is Munduk, in het noorden en het binnenland van het eiland. Je zit hier hoog in de bergen, vlak bij de meren Buyan en Tamblingan. Het is er merkbaar koeler dan aan de kust. ‘s Ochtends hangt er vaak een laagje mist over de rijstvelden, de koffietuinen en de kruidnagelbomen.
De terrassen zijn hier kleiner dan in Jatiluwih, maar de combinatie met de bergen en de watervallen in de buurt (zoals de Munduk-waterval en de Melanting-waterval) maakt een paar dagen Munduk echt de moeite waard.
Zo kom je er: vanuit Ubud rijd je er in ongeveer 2 uur naartoe, over een prachtige maar flink kronkelende bergweg.
→ Hier wil je logeren: Munduk Moding Plantation Nature ResortDeze link opent in een nieuw tabblad, vanaf het zwembad heb je echt een waanzinnig uitzicht over de rijstvelden

Wil je een rijstveld zien waar geen busladingen toeristen komen? Ga dan naar Belimbing (ook wel Blimbing), in Tabanan in het westen van Bali. Hier liggen de rijstterrassen tussen het oerwoud en je vindt er een handjevol kleine tempeltjes. Schommels en kassa’s zijn er niet, je stopt gewoon langs de weg bij een uitzichtpunt of loopt een paadje de velden in en je kan in alle rust de rijstvelden ervaren. Het is een stuk minder hysterisch en veel authentieker dan wat je soms bij Tegalalang en Jatiluwih ziet.
Benieuwd naar het verhaal achter de velden en hoe het eigenlijk werkt om rijst te verbouwen? Vraag dan even in het dorp rond naar een lokale gids. Die is vaak sneller gevonden dan je denkt en die vertelt je onderweg alles over de rituelen die bij het planten en oogsten van de rijst horen. Liever wat plannen? We vonden deze nieuwe tour op GetYourGuide in BelimbingDeze link opent in een nieuw tabblad.
Zo kom je er: Belimbing ligt op ongeveer 2 uur rijden van Ubud en ligt op de route tussen Jatiluwih en Pupuan. Je kunt het dus prima combineren met een bezoek aan Jatiluwih en daarna ook deze minder bekende rijstvelden verkennen.
Tirta Gangga in het oosten van Bali kennen de meeste mensen van het koninklijke waterpaleis, met vijvers vol koikarpers en stapstenen waar je overheen kunt lopen. Maar wist je dat de heuvels rondom het paleis vol rijstterrassen liggen? Vanaf de ingang ben je er in een paar minuten dus je kan beide perfect combineren. Loop trouwens ook zeker een stukje omhoog naar de dorpjes in de heuvels, vanaf daar heb je ook een super mooi uitzicht over alle rijstvelden die richting de Agung vulkaan lopen.
Zo kom je er: vanuit Ubud ben je ongeveer 2 uur onderweg als je hier naartoe gaat. Combineer het met de Lempuyang-tempel, die op een halfuurtje rijden ligt. Ohja en wat even goed is om te weten, voor het waterpaleis betaal je wel entree, de wandeling door de rijstvelden is gratis, maar als je hier toch bent dan zouden we je wel aanraden om ook even bij het paleis te kijken.
→ Aanrader: Boek een rondleiding door de Besakih en Lempuyang tempelDeze link opent in een nieuw tabblad

Je verwacht het misschien niet, maar ook als je in het kustplaatsje Canggu bent, kun je ineens tussen de rijstvelden belanden. Achter het huisje waar wij sliepen was bijvoorbeeld een groot veld te zien. Maak je een wandeling of scootertocht door het binnenland van Canggu en Pererenan, dan kom je er ook genoeg tegen. Hier geen bergen, maar vlakkere en grotere rijstvelden die wat lager liggen. Ze zijn iets minder indrukwekkend dan de eerder genoemde velden, maar alsnog leuk om te zien! Helemaal tegen zonsondergang, als de lucht boven de velden oranje kleurt.
Zo kom je er: Pererenan ligt op een paar minuten rijden van het centrum van Canggu.
→ Lees ook: Al onze tips voor Canggu
→ Leuk hotel: Canggu Beach InnDeze link opent in een nieuw tabblad

Deze vraag krijgen we best vaak, waar moeten we heen: Jatiluwih of Tegalalang? Heb je maar weinig tijd en verblijf je in Ubud? Dan is Tegalalang het makkelijkst om te bezoeken. Je bent er zo vanuit Ubud en het uitzicht is echt prachtig.
Wil je één keer écht onder de indruk raken? Kies dan voor Jatiluwih. Je bent iets langer onderweg om er te komen, maar de velden zijn groter, de wandelingen langer en het is er een stuk rustiger. Wij zouden zelf altijd voor Jatiluwih gaan als we ruimte hadden om te kiezen.
‘s Ochtends vroeg, als het net licht wordt, is over het algemeen de beste tijd om naar de rijstvelden op Bali te gaan. De net opgekomen zon zorgt dan voor een extra glinstering. Omdat het licht dan warmer is dan midden op de dag, ziet alles er net wat mooier uit. Bovendien zijn de meeste andere reizigers er dan nog niet en kun je vaak de mooiste foto’s maken en iets meer in rust genieten van het uitzicht.
Op Bali wordt het hele jaar door geplant en geoogst, vaak twee tot drie keer per jaar. Elk dorp heeft zijn eigen ritme, dus je vindt bijna altijd wel ergens groene velden. Eerst staan de velden onder water, daarna komen de felgroene sprietjes omhoog en vlak voor de oogst kleuren ze goudgeel. Rond het einde van het regenseizoen, zo in maart en april, zijn de velden over het algemeen het groenst. Wil je vooral wandelen? In het droge seizoen (april tot en met oktober) zijn de paden minder glad en kan dat vaak wat makkelijker.
→ Lees ook: Zo ziet de ultieme Bali reisroute eruit
Ooit afgevraagd hoe al die terrassen precies genoeg water krijgen? Dat zit zo: al meer dan duizend jaar delen de boeren op Bali het water via subak. Dat is een slim irrigatiesysteem waarbij het water vanuit de bergen via kanaaltjes van terras naar terras naar beneden stroomt. De boeren van een subak beslissen samen wanneer er geplant wordt en wie wanneer water krijgt. Super slim bedacht en wat ook typisch is voor de rijstvelden op Bali, is dat je veel tempels ziet met kleine altaartjes met offers.
→ Lees ook: Alle bezienswaardigheden op Bali


Dit is nog handig om te weten als je naar Bali gaat en de rijstvelden op z’n mooist wil zien:
Wat ons betreft Jatiluwih. Tegalalang is het bekendst en het makkelijkst te bereiken vanuit Ubud. Zoek je rust, ga dan naar Sidemen of Belimbing.
Ja, maar niet allemaal. UNESCO heeft het subak-systeem samen met een aantal gebieden op de werelderfgoedlijst gezet. Jatiluwih hoort daarbij, Tegalalang niet.
Bij Jatiluwih betaal je entree. Bij Tegalalang wordt langs de paden om kleine donaties gevraagd. De velden rond Ubud, Sidemen en Belimbing kun je meestal gratis bezoeken. Neem voor de zekerheid altijd wat cash mee, dan kan je altijd betalen mocht het nodig zijn.
Zeker. Met een scooter of een auto met chauffeur kom je overal. Een tour of gids is vooral leuk als je meer wilt horen over de rijstteelt of meerdere plekken op één dag wilt zien.
→ Geen zin om alles zelf uit te zoeken? Boek deze privétour vanuit UbudDeze link opent in een nieuw tabblad

Op Bali wordt door de bevolking steeds meer gedaan om de natuur te beschermen. Onder meer door plastic te ruimen, maar ook door duurzaam reizen makkelijker te maken. Probeer daar als reiziger zelf ook op te letten. De rijstvelden moeten natuurlijk mooi blijven en niet verpest worden voor toekomstige generaties.
Ben je net zo verliefd geworden op deze groene terrassen als wij? De rijstvelden van Bali staan ook in ons boek Verliefd op Azië, samen met nog veel meer plekken in Azië waar je hart sneller van gaat kloppen.
Hi, mijn naam is Roëll en ik ben de oprichtster van We Are Travellers! Heel wat jaren terug maakte ik mijn eerste backpackreis naar Brazilië, al snel volgde een wereldreis van 6 maanden en inmiddels kan ik niet meer zonder avontuur. Ik woon in Utrecht, maar reis nog meer dan eens de wereld over. Op We Are Travellers deel ik mijn tips voor de wereld met je.
Beste reistijd Juni t/m Okt
Vliegtijd 14:30
Hoofdstad Jakarta
Taal Indonesisch