Chiang Mai: dit wil je zien en doen in het noorden van Thailand
Khao Yai National Park is het oudste nationale park van Thailand en voor ons een van de fijnste plekken om even weg te zijn uit de drukte van Bangkok. Het park ligt op ongeveer 200 kilometer van de hoofdstad en bestaat uit dichte jungle, groene heuvels, watervallen en open graslanden waar wilde olifanten rondlopen. Samen met de omliggende parken staat het gebied op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Tijdens een bezoek aan Khao Yai wandel je door de jungle, bezoek je watervallen en ga je op zoek naar wilde dieren. Het park is groot en je kunt het zowel zelfstandig als met een georganiseerde tour ontdekken. Wij verbleven in de omgeving van Pak Chong en bezochten Khao Yai tijdens een 1,5-daagse tour, waarbij we niet alleen het nationale park ingingen maar ook de omgeving verkenden. In dit artikel lees je alles wat je moet weten voor een bezoek: van de leukste bezienswaardigheden en de kans op olifanten tot de entreeprijs en de manieren om er te komen.
→ Tip: Boek een dagtrip naar Khao Yai vanuit BangkokDeze link opent in een nieuw tabblad
→ Fijne hotels hier: Casa Khaoyai B&BDeze link opent in een nieuw tabblad en Ban Mai VintageDeze link opent in een nieuw tabblad
Het park is met ruim 2.000 vierkante kilometer een van de grootste van Thailand. De entree betaal je bij het visitor center bij de ingang en het ticket is geldig voor één dag. Overnacht je in het park zelf, dan is je ticket meestal langer geldig.
Even eerlijk over die entree: Thai betalen 40 baht en buitenlanders 400. Tien keer zoveel dus. Dat werkt zo bij vrijwel alle nationale parken in Thailand, maar het blijft een bedrag waar je even van slikt als je met z’n tweeën bent en er nog vervoer bij komt. Prijzen kunnen veranderen, dus check de actuele tarieven voor vertrek.

Khao Yai staat bekend om zijn natuur en om de hoeveelheid dieren die er leeft. Het park bestaat uit een uitgestrekt gebied met jungle, graslanden en bergen. In dat landschap leven honderden diersoorten, waaronder ruim driehonderd vogelsoorten.
Tijdens een bezoek maak je kans om gibbons, makaken, hornbills en allerlei reptielen te zien. Ook leven er grotere dieren zoals wilde olifanten in het park. Die laten zich niet altijd zien, maar dat is precies de deal hier, je weet vooraf nooit wat je tegenkomt.
Naast de dieren zijn ook de watervallen en wandelroutes een reden om te komen. Je wandelt door de jungle en komt onderweg steeds weer een heel ander landschap tegen. Voor een land als Thailand, waar de meeste reizigers richting de eilanden trekken, is dat een verrassend rustige plek om een paar dagen door te brengen.
→ Hotel tips: Casa Khaoyai B&BDeze link opent in een nieuw tabblad en Ban Mai VintageDeze link opent in een nieuw tabblad
Khao Yai kun je zowel zelfstandig als met een georganiseerde tour bezoeken. Wat het beste werkt, hangt af van hoeveel vrijheid je wilt en of je zelf vervoer hebt. Het park is groot en de bezienswaardigheden liggen ver uit elkaar, dus denk hier vooraf even over na.
Zelfstandig kan prima, maar niet zonder eigen vervoer. Met een huurauto of scooter rijd je door het park en stop je bij wandelroutes, uitzichtpunten en watervallen. De afstanden zijn groot: tussen de hoofdingang en de verste waterval zit meer dan een uur rijden. Openbaar vervoer is er in het park niet.
Een deel van de wandelroutes loop je zelfstandig. Voor de langere of minder toegankelijke routes heb je een ranger of gids nodig. Bij het visitor center hoor je wat er op dat moment openligt. Op eigen houtje bepaal je je eigen tempo, maar je zoekt ook alles zelf uit.
Heb je geen eigen vervoer of wil je meer kans maken op dieren, dan is een tour de betere keuze. Je wordt door een gids door het park gereden langs de bekendste plekken. Gidsen weten waar de gibbons zitten en welke bocht in de weg vaak olifanten oplevert.
Wij bezochten Khao Yai met een 1,5-daagse tour van Greenleaf Guesthouse & TourDeze link opent in een nieuw tabblad. Alles was voor ons geregeld, van het ophalen bij het treinstation in Pak Chong tot het vervoer tijdens de tour. De eerste middag verkenden we de omgeving buiten het nationale park en de volgende dag gingen we het park in voor een junglewandeling en de Haew Suwat Waterfall. Verderop lees je hoe dat beviel.

Khao Yai is groot en er is genoeg te doen. Je gaat op zoek naar wilde dieren, wandelt door de jungle en bezoekt watervallen. Hoeveel je meepakt, hangt af van je tijd en van hoe je het park ontdekt.
Dit is voor de meeste bezoekers de belangrijkste reden om te komen. In het park leven apen, kleurrijke vogels, reptielen en wilde olifanten. Gibbons hoor je meestal eerder dan je ze ziet: hun roep draagt kilometers ver door de jungle. Makaken zitten vaak gewoon langs de weg. Hornbills vliegen met een geluid dat je niet verwacht van een vogel.
→ Tip: Garanties op het zien van wildlife zijn er niet. Maar wil je de grootste kans hebben? Ga dan vroeg in de ochtend en tegen zonsondergang op pad, dan heb je de meeste kans op het zien van wilde dieren. Ga je midden op de dag, dan zie je vooral bomen.

Te voet zie je het meest. In het park liggen routes van een half uur tot een hele dag. Sommige loop je zelfstandig, voor andere heb je een ranger of gids nodig. Vraag bij het visitor center wat er openligt, dat wisselt per seizoen.
En dan de bloedzuigers. Die zitten er echt, zeker in het regenseizoen. Ze vinden je sneller dan je denkt. Bij de meeste tours krijg je speciale sokken mee. Loop je zelf, koop ze dan in Pak Chong of stop je broek in je sokken.
De Haew Suwat Waterfall is de bekendste van het park. Het water stort hier zo’n twintig meter naar beneden in een ronde poel, midden in het groen. Vanaf de parkeerplaats sta je er binnen een paar minuten. De waterval werd bekend doordat hij te zien was in The Beach.
Reken er wel op dat je hier niet in mag. Zwemmen is bij alle watervallen in het park verboden. Als je na een warme wandeling met je voeten in het water hoopt te kunnen zitten, is dat even slikken. Voor een verkoelende duik moet je naar een van de waterbronnen buiten het park.

De Haew Narok in het zuiden van het park is met drie trappen de hoogste waterval van Khao Yai. Je komt er via een trap en een kort stuk door het bos. In en net na het regenseizoen is het watervolume indrukwekkend.
Eerlijk is eerlijk: als je vanuit Pak Chong komt, rijd je hier bijna het hele park voor door. Dat kost je zo een uur heen en een uur terug. Ben je maar één dag in het park, dan zouden wij die tijd eerder besteden aan de graslanden en de uitkijktoren.
Bij Nong Pak Chi staat een uitkijktoren aan een waterpoel. Vanaf de weg loop je er in ongeveer een half uur naartoe. Vroeg in de ochtend of tegen zonsondergang komen hier herten drinken. Met een beetje geluk ook olifanten. Neem een verrekijker mee en gun jezelf de tijd om gewoon te blijven zitten.

Onderschat de rit zelf niet. De weg die dwars door Khao Yai loopt is een bestemming op zich: ruim honderd kilometer asfalt dat zich door de jungle slingert, langs graslanden omhoog kruipt en dan weer een bocht om gaat waar plotseling het hele dal onder je ligt. Er staat nergens een bord bij dat dit een mooie route is, maar je merkt vanzelf dat je om de vijf minuten wilt stoppen.
Juist die stops leveren het meeste op. Makaken zitten langs de kant, herten steken over in de open stukken en de kans dat je een olifant tegenkomt is hier groter dan op welk wandelpad dan ook. Rijd rustig, zeker in de vroege ochtend en de avond, want de dieren hebben hier voorrang en de bochten zijn onoverzichtelijk.
Vanaf die weg rijd je door naar een paar uitzichtpunten, waarvan Pha Diao Dai de mooiste is. Vanaf de rand van het plateau kijk je over de bossen heen. In het natte seizoen gaan de viewpoints en enkele wandelpaden soms dicht, dus check het bij het visitor center.
Aan het einde van de dag rijden er open trucks het park in die met schijnwerpers de bosrand afzoeken. Je maakt kans op herten, civetkatten en soms olifanten. Boeken doe je bij het visitor center of via je accommodatie. Verwacht geen safari zoals in Afrika: het is vooral turen in het donker, met af en toe een paar oplichtende ogen.
Niet alles wat je hier wilt zien ligt binnen de grenzen van het park. Ook eromheen vind je mooie natuur en een paar plekken die de moeite waard zijn. Blijf je langer dan een dag, dan zou het zonde zijn om die over te slaan.
Rond Khao Yai liggen een paar natuurlijke waterbronnen waar je aan de warmte kunt ontsnappen. Tijdens ons bezoek gingen we naar zo’n bron met helder, koud water. Alles waar je zin in hebt na een middag zweten in de jungle. Dit is overigens ook meteen de enige plek in de buurt waar je daadwerkelijk het water in mag.
Dit was voor ons het hoogtepunt van de hele trip. Rond zonsondergang verlaten miljoenen vleermuizen een grot in de omgeving van Khao Yai. Ze komen er niet in één keer uit, maar in een lint dat als een donkere sliert door de lucht kronkelt en dat maar door blijft gaan. Je staat er al een tijdje naar te kijken voordat je doorhebt dat er nog geen einde in zicht is, heel bizar en onwerkelijk!
Ook buiten het park zit genoeg om te doen. Tijdens een tour door de omgeving bezoek je grotten en ga je onderweg op zoek naar kleiner spul, denk aan gele slangen, grote spinnen of angstaanjagende schorpioenen. Dit zijn het soort dieren dat je zelf gegarandeerd voorbijloopt, maar een gids haalt ze er zo uit en laat ze je van dichtbij zien.
Wijn in Thailand klinkt als een hele goeie grap, maar… de heuvels rond Khao Yai vormen een van de weinige wijnstreken van het land! Bij GranMonte en PB Valley volg je een rondleiding, proef je en eet je met uitzicht over de wijnranken. Verder liggen er nog een paar opvallende dagattracties: het Italiaans aandoende dorpje Primo Piazza en melkveehouderij Farm Chokchai. Vooral iets voor wie met kinderen reist.

Wij bezochten Khao Yai met een 1,5-daagse tour van Greenleaf TourDeze link opent in een nieuw tabblad. Het grote voordeel: je hoeft zelf niets uit te zoeken. We werden opgehaald bij het treinstation van Pak Chong en sliepen in het guesthouse van Greenleaf. Het vervoer, de entree van het park en de lunch op de tweede dag zaten er allemaal bij. De tour bestaat uit een middag in de omgeving buiten het park en een volledige dag in het park zelf. In anderhalve dag zie je zo onwijs veel van de regio, wij zouden het dus ook echt aanraden.
De eerste dag begint in de middag en speelt zich grotendeels buiten het park af. Je gaat langs een paar plekken in de omgeving, waaronder de waterbron waar je kunt zwemmen.
Later op de dag rijd je naar de vleermuizengrot voor zonsondergang. Daarna gingen we ook de grot zelf in, onder begeleiding. Wel even wennen aan de geur daarbinnen.
Onderweg wijzen de gidsen voortdurend dingen aan die je zelf nooit had gezien: een slang in een boom, een spin ter grootte van een hand. Dat is precies waar je zo’n gids voor hebt.
De tweede dag ga je het park in. Je vertrekt ‘s ochtends en stopt onderweg steeds om te kijken wat er zit. Wij zagen die dag gibbons, makaken, hornbills en een handvol reptielen.
Ook maak je een junglewandeling. Bij ons was dat zo’n vier kilometer over een grotendeels vlakke route, dus je hoeft geen doorgewinterde wandelaar te zijn. Vooraf kregen we de bloedzuigersokken uitgedeeld.
In de middag stonden we bij de Haew Suwat Waterfall. Aan het einde van de dag reden we nog door een gebied waar regelmatig olifanten worden gezien. Wij hadden pech: geen olifant te bekennen. Dat hoort erbij, maar het blijft jammer als je er de hele dag op hebt zitten hopen.

De meeste reizigers gaan eerst naar Pak Chong. Dat stadje ligt het dichtst bij de noordelijke ingang en is de logische uitvalsbasis als je met het openbaar vervoer reist of een tour hebt geboekt. Vanuit Pak Chong reis je verder naar je accommodatie of laat je je ophalen.
Onze favoriet: de trein. Betaalbaar, met uitzicht op het groen dat langzaam voor Bangkok in de plaats komt. De reis duurt drie tot vier uur, afhankelijk van de verbinding. Tickets koop je op het station of je reserveert vooraf online via de officiële website van de Thaise spoorwegenDeze link opent in een nieuw tabblad. Vooral op populaire verbindingen is vooraf boeken handig.
Vanuit Bangkok rijden er ook bussen en minivans naar Pak Chong. Vaak net iets sneller dan de trein en minstens zo goedkoop, al zit je wel wat krapper. Bekijk hier de bussen en minivans naar Pak ChongDeze link opent in een nieuw tabblad. Vanuit Pak Chong regel je vervolgens een taxi of songthaew naar je accommodatie.
Rijd je zelf, dan sta je vanuit Bangkok in tweeënhalf tot drie uur bij de noordelijke ingang. Met een auto ben je het vrijst: je stopt waar je wilt en kunt in de vroege ochtend al op pad. Binnen het park ligt zo’n honderd kilometer aan wegen, dus de tank vooraf even vol.
Je kan diverse plekken overnachten in Khao Yai, hieronder staan onze favo adresjes:
Pak Chong is de praktische keuze als je met de trein of bus aankomt. Het is geen bijzonder stadje, maar je vindt er betaalbare guesthouses en hotels en de meeste touroperators zitten hier. Vanaf Pak Chong heb je nog wel een half uur rijden naar de parkingang.
Wil je zo dicht mogelijk bij het park zitten, kijk dan rond Mu Si en de noordelijke ingang. Hier staan de mooiste resorts en kleinschalige accommodaties van de regio. Je zit ‘s ochtends in tien minuten bij de ingang, wat scheelt als je vroeg op pad wilt voor de dieren. Wel heb je hier echt eigen vervoer nodig.
Je kunt ook in het park zelf slapen. Er staan eenvoudige bungalows en er zijn twee campings, dus je zit werkelijk midden in de natuur. Verwacht geen luxe: dit is kamperen met herten die ‘s ochtends langs je tent lopen. De accommodaties worden beheerd door de parkdienst en moeten vooraf gereserveerd worden, al werkt het online systeem lang niet altijd. Tenten en slaapspullen huur je ter plekke bij de campings.
→ Meer inspiratie voor de rest van je reis vind je in ons lijstje met mooie hotels in Thailand

Dit is nog handig om te weten als je je bezoek gaat plannen:
Twee dagen is wat ons betreft het minimum. Een dag voor het park zelf en een halve tot hele dag voor de omgeving. Doe je het in één dag, dan zit je vooral in de auto.
Khao Yai kun je het hele jaar door bezoeken, maar de ervaring verschilt flink per seizoen. Van november tot en met februari is het koeler en droger, de fijnste periode om te wandelen. In de vroege ochtend en de avond kan het hier echt fris worden, zeker hoger in het park. Onderschat dat niet als je uit Bangkok komt.
Tijdens het regenseizoen, grofweg van juni tot en met september, is de natuur extra groen en staan de watervallen voller. Daar staat tegenover dat wandelpaden modderig zijn en dat routes of viewpoints tijdelijk gesloten kunnen worden. Meer hierover lees je in ons artikel over de beste reistijd voor Thailand.
Ga je de jungle in, dan wil je dichte schoenen en een lange broek. Een shirt met lange mouwen scheelt ook. Verder: muggenspray, zonnebrandcrème en in het regenseizoen een regenjas. Omdat het hier koeler is dan in Bangkok neem je iets warms mee voor de ochtend en de avond. En als je er één hebt: een verrekijker. Zonder zie je de helft van de vogels en apen niet.
Dat kan. Het park ligt op ongeveer 200 kilometer van de hoofdstad en is bereikbaar met de auto, bus of trein richting Pak Chong. Vanaf Pak Chong heb je dan nog vervoer nodig, want in het park rijdt geen openbaar vervoer.
Een dagtrip werkt dus alleen met eigen vervoer of met een georganiseerde tour. Maar heb je de tijd, blijf dan een nacht slapen. Je bent anders zes uur onderweg voor een paar uur park. Juist de vroege ochtend is het moment waarop de dieren zich laten zien.
Wilde olifanten leven er zeker en de kans dat je ze ziet is reëel. Tijgers zijn officieel uitgestorven in Khao Yai, dus die ga je hier niet tegenkomen. Wel leven er nog beren, gaurs en zeldzame kattensoorten, al zie je die als bezoeker vrijwel nooit. Kom je olifanten tegen op de weg, blijf dan in je auto, houd ruime afstand en geef ze de tijd om door te lopen.

Na Khao Yai kun je alle kanten op. Reis je verder naar het noorden, dan ga je bijvoorbeeld richting Ayutthaya. De oude hoofdstad van Thailand ligt relatief dichtbij en is een leuke bestemming als je na de natuur van Khao Yai meer van de geschiedenis en cultuur wilt zien. Vanuit Ayutthaya reis je verder naar Sukhothai en daarna naar Chiang Mai.
Je kunt natuurlijk ook terugreizen naar Bangkok. Vanuit de hoofdstad kun je alle kanten op, bijvoorbeeld richting het zuiden voor de eilanden en stranden of naar Kanchanaburi, waar je meer natuur, historische bezienswaardigheden en de indrukwekkende Erawan watervallen vindt. Ben je nog aan het plannen, kijk dan ook eens in ons artikel over backpacken in Thailand.
Handige links:
Hi, ik ben Manon! Als digital nomad reis ik de wereld rond. Het was altijd al mijn droom geweest om wereld te ontdekken en na stage in Australië kon niet meer zonder avontuur. Ik heb meerdere lange reizen gemaakt, vooral in Azië, en ontdek nu Midden- en Zuid-Amerika. Het liefst kom ik op authentieke plekjes buiten de standaard reisroutes. Fotografie is mijn grote passie en ik deel graag verhalen en beelden van bijzondere plekken om anderen te inspireren hun eigen avonturen te beleven.
Beste reistijd Nov t/m maart
Vliegtijd 11:15
Hoofdstad Bangkok
Taal Thais